De Lourdesgrot

 

Een dorp heeft een toekomst bij de gratie van het verleden en het heden.

Het verleden is reeds geschreven. Het heden is zich aan het schrijven doorheen het wel en wee van elke dorpsgenoot.

Beiden – verleden en heden – blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De toekomst van een dorp blijft gewaarborgd in zoverre haar verleden gekoesterd wordt en op vandaag nog levendig wordt gehouden.


Tot voor kort lag de Lourdesgrot te Nieuwmunster er nog iet of wat verscholen bij. Oude wilgen en fruitbomen onttrokken dit kleine oord van rust en bezinning aan het zicht van menig passant. Ook klimop en ander woekerend geweld leken het te willen verbergen voor de buitenwereld. Zeker voor wie de dorpskern binnenrijdt aan een snelheid die in een grootstad een astronomisch bedrag aan boetes zou opleveren, blijft de grot, rechts gelegen net voor de bocht naar de dorpskern, onzichtbaar, ongekend en dus onbemind. Een reden dus om de bocht net iets rustiger te nemen …?


De natuur herstelt zich en dus zullen de bomen en het groen doorheen de jaren zich wel opnieuw hechten aan dit monument, net zoals de dorpsbewoners – en zeker de gouden senioren onder hen – zich devoot hechten aan de Lourdesgrot en de Moeder Maria.


Een monument verliest echter haar glorie, haar statigheid en haar betekenis wanneer het niet onderhouden wordt. Een team van vrijwilligers besteedt heel wat tijd aan het onderhoud van de grot: de zitbanken worden geregeld gereinigd en indien nodig geschilderd, de door het groen bemoste tegels worden met bleekwater geschrobd, de voorraad kaarslichtjes wordt zorgvuldig bijgehouden en aangevuld, van de opbrengst en voor de gebedsintenties worden geregeld eucharistievieringen gedaan ter ere van Moeder Maria.

Het is trouwens opmerkelijk dat de laatste jaren het bezoek aan de grot in stijgende lijn gaat. Getuige hiervan zijn de planten, bloemen en gedenkplaatjes die er op een rustig moment geplaatst worden en de kaarslichtjes die er overvloedig branden. Misschien is dit ook een teken van een (opnieuw) groeiend persoonlijk geloof en spiritualiteit in deze vaak moeilijke tijden voor zowel jong als oud.


De geschiedenis van de Lourdesgrot


Het “Liber Memorialis” van de parochie, zeg maar: het dagboek dat door de aangestelde parochieherders werd bijgehouden, bevat informatie uit eerste hand over de belangrijkste gebeurtenissen op de parochie. Onder andere ook over de geschiedenis van de grot. Vaak leefde daarnaast ook de volkse versie van de feiten. Even boeiend, maar soms iets meer of minder objectief, maar meestal anders ingekleurd.


Opgetekend in het “Liber Memorialis” van de Parochie Sint-Bartholomeus te Nieuwmunster door E.H. Joris De Baecker, Pastoor op de parochie van 14 maart 1924 tot april 1929.

De tekst is ongewijzigd overgenomen uit het boek.

Veel leesplezier met beide verhalen …!



“22 April 1928.

Wijding van de nieuwe grot ter eere van O.L.Vrouw van Lourdes, door Eerw. Heer Kanonik Jerôme Mahieu, sekretaris van ’t Bisdom en afgeveerdigd door Mgr. G.J. Waffelaert, Bisschop van Brugge, in ’t bijzijn van Zeer Eerweerde Heeren Kanoniken Jos. Vandermeersch, Groot-Penitencier, en Ach. Vanderheeren, Deken van Brugge-Noord, pastor. Deken van St. Gillis te Brugge. –

-Korte geschiedenis van de Grot van O.L.Vrouw van Lourdes:

Een langen tijd reeds, en wel bijzonderlijk met de verschillige Bedevaartreizen van een aantal parochianen van Nieuwmunster naar ’t verre Lourdes ontstond en groeide de begeerte van op de parochiegrond eene grot op te bouwen tot verering van O.L.Vrouw van Lourdes om bijzondere geestelijke en tijdelijke bescherming te bekomen. – Reeds bij de terugkomst uit Lourdes, einde mei 1926, wierd gesproken en gezorgd om een geschikt plaatsken te vinden. Verschillige moeilijkheden brachten uitstel bij, totdat we eindelijk meende het meest gepaste stuksken grond getroffen te hebben in de eigendom van Mevrouw de Gravin Weduwe Hector de Béthune, (geboren Marquise de Mailleu), ‘ winters verblijvende te Brussel, 24. Rue Jacques-de-Lalaing, en ’s zomers: au chateau d’Ohey à Ohey, (Namur). De hofstede is beboerd door den Heer Henri Gardin, burgemeester van Nieuwmunster.

Op den brief dien we haar zonden met de vraag om dat deelken grond te moogen koopen (15 juli 1927) kwan Mr. Julien Priem, zaakvoerder van de familie Hector de Béthune, verblijvende: Villa Duinhof, te Coxyde, op 28 juli, de zaak ter plaats onderzoeken, en schreef ons nadien(op 1 oogst) “dat de familie zinnens is gift te doen aan de Kerkfabriek van een stukje grond ten einde aldaar eene grot te maken ter vereering van O.L.Vrouw van Lourdes. In ruiling dezer gift zou de Kerkfabriek twee aangekondigde missen, jaarlijks, doen zeggen voor graaf en gravin Hector de Béthune, hunne kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen. – Verder zou de grond voor geen andere bestemming mogen gebruikt worden; zooniet zou hij aan de gevers of hunne nakomelingen moeten terugkomen.”

Op een schrijven van 4 oogst 1927, aan “Mme Ve Const. Cottijn, propriétaire de l’Hôtel de l’Ange Gardien & de l’Enfant Jésus, Boulevard de la Grotte, 69 à Lourdes: H. P. France” waarin ik verzocht om de gifte van een beeld van O.L.Vrouw, (en dit uit teeken van vriendschap, daar onze Bedevaarders, op hunne reis, altijd in den “Ange Gardien” hunnen intrek nemen), kreeg ik, op 16 oogst, antwoord dat het beeld – met liefde geschonken – reeds op weg was. – Het kwam toe in zeer goeden staat, te Wenduyne, aan de tramstatie, den 24 september, en wierd denzelfden avond nog in de pastorij gevoerd door Willem Adriansens. Den Zondag 29n September stond het, tot groot genoegen en voldoening van de parochianen, uitgesteld in de kerk op de autaar van O.L.Vrouw. – Het is gemaakt, in plaaster, door het huis: Giscard pére & fils, 25 Rue de la Colonne, Toulouse.

Op 10 September schreef uit Brussel: 22. Rue de Livourne, de Heer “Chevalier Louis de Moreau”, schoonzoon van Mevr. De Gravin, dat hij zich sterk miek voor gansch de familie om in haren naam toe te laten dat er aanvang gemaakt wierd met den “Akt van Gift” van het land, dat volgens uitmeeting door den Heer Valère Deboodt, schoolhoofd de gemeente, kwam op 180 vierkante meters.

Op 12 oogst had Monseigneur G.J. Waffelaert, Bisschop van Brugge, door Zeer Eerw. Heer Kanonik Jérôme Mahieu, Secretaris van ’t Bisdom, zijne toestemming gegeven tot het oprichten der Grot.

Heer notaris Standaert, te Brugge, wierd verzocht den Akt op te maken. Op 16 september kreeg ik van Heer Henri d’Artois, van Iseghem, lid van de Bestendige Afveerdiging te Brugge, volgend nieuws: “Wanneer de gift regelmatig in elkaar zit, kan er wellicht geen bezwaar zijn, te beginnen bouwen (vooraleer de akt in regel geschreven is). Opgemerkt dat de gift niet met bepaalde lasten, strijdig met het bouwen van eene Grot van O.L.Vrouw mag bezwaard zijn.”

Heeren August en Florimond Van Halme, aannemers (Nieuwe Straat 32, te St Andries – bij Brugge) hadden aanveerd de grot te bouwen; maar hebben, kort nadien, het werk overgezet aan Heer Charles Bekkers-Corneillie, aannemer, Oost-Ghistelhof 11, te Brugge, die aanveerd heeft.

Op 3 oktober begint met de “fondatiën” te delven. – Burgemeester Henri Garding haalde te Brugge den eerste wagen met alaam, barakhout enz … en de 2 eerste wagens materieel: steen en asschen wierden bijgebracht door de jonkheden: Joseph Schouteeten en Maurice Anthierens. – Vervolgens wedijverden de landbouwers-parochianen en zelfs geburen uit Houttave en Vlisseghem om gedurende de vele maanden dat de opbouw duurde met karren en wagens tot rond de 200 getrekken bij te brengen. Wat dat vervoer zou gekost hebben, kan berekend worden, daar er in eene week van overvloed van landbouwwerk aan 2 voermannen uit Brugge 600 frank betaald wierd voor 4 bijgebrachte wagens. – Nu wierd alles door de landbouwers gratis en geerne gedaan, ter eere van O.L.Vrouw. – Omtrent één maand (van half December tot half Januari) moest het werk, uit reden van streng winterweer, stil gelegd worden. De werklieden, waarvan de bijzonderste en zeer goed metser: Joseph Beuselinck van St Andries, waren zeer neerstig en inschikkelijk. – Op 3 April was hun werk voltrokken. ’s Avonds rond 5 uur, wierd het Steenen beeld van O.L.Vrouw (van ’t huis Louis Jacquaert-Carreer, Zilverstraat, te Brugge) in de nis gesteld, de eerste keerskens wierden aangestoken, en ’t eerste gezamentlijk gebed opgezegd. – De volgende dagen wierd het altaar geplaatst, het voorplein aangelegd, en de 2 ijzeren hekken (door Willem Spelier, smid te Nieuwmunster) aangehecht. – Alle ambachtslieden die, samen met den bouwmeester Bekkers, aan het opmaken van de grot hebben meêgewerkt, verdienen vollen lof, onder alle opzichten.

Moge die nieuwe blik van genegenheid, vanwege de parochianen die mildelijk toedroegen aan de opbouw van de grot, de heilzaamste bescherming van O.L.Vrouw verkrijgen voor de parochie ! – Een van de bijzonderste weldoeners was Heer Emile vanden Bogaerde, bijzondere te Iseghem, die ons dan ook de vreugde gaf met heel zijn gezin aanwezig te zijn bij de wijding en inhuldiging.”


Tot hier wat er over het ontstaan en de bouw van de grot vermeld staat in het “Liber Memorialis”.

In een ander handgeschreven document, van recentere oorsprong (de jaren 80) en waarvan de auteur niet gekend is, lezen we:


“1924 – E. Pastoor Joris De Baker uit Reninge – hier 4 jaar – tot 1928.

In ’26 werd hij slechtziende en op punt blind te worden had hij grote eerbied en devotie voor O.L.Vr. Dikwijls sprak en preekte hij over OLV soms met tranen in de ogen.

In ’26 schikte hij zich om samen met parochianen op bedevaart naar Lourdes te gaan. Hij bad vurig aan de grot om hulp van OLVr. en beloofde aan OLVr. als hij terug goed zou mogen zien hij alles zou doen om een grot te bouwen te Nieuwmunster en plots kwam zijn gezicht van vroeger terug. Hij zag wederom.

Terug thuis in Nieuwmunster besloot hij een grot te bouwen maar waar en hoe en met welke middelen. Hij had hulp nodig maar dat kwam spontaan, gans de bevolking stond achter hem. Burgemeester Henri Gardin die goed met hem bevriend was en woonde op de hoeve waar Marcel Demeyere nu woont besloot een stukje landbouwgrond af te staan waar ze nu staat. Samen trokken ze naar de eigenaar Baron Van Tilleghem en als gift werd dit stukje als eigendom afgestaan.

Uit Lourdes had hij stukjes steen uit de grot en de basiliek medegebracht die later ingemetst zouden worden.

Zoals gezegd, gans Nieuwmunster stond achter zijn belofte. Al de boeren deden samen om met paarden en wagens alles af te halen naar de treinstatie te Brugge, de zware steenblokken enz. We konden ze goed horen van ver afkomen. Zware grote boerewagens met ijzerbeslag op de wielen zwaar geladen getrokken door koppels zware boerepaarden. Nog van over het Smisje hoorden men de paardeknechten roepen “allé booi en blesse”, de kleine steentjes die op de Kalsijdewegen lagen kraakten onder de ijzerwielen. Veel giften en omhalingen droegen bij om alles tot een goed einde te brengen.

Vreugde was er toen een aannemer uit Brugge Mr. Bekkers begon aan de bouw in opdracht van M. Pastoor. – de gewijde steentjes werden ingemetst. De toenmalige smid August en zoon Willem Spelier mieken en plaatsten 8 zware prachtige hekken: 4 tegen de bouw en 4 juist voor het altaar.

10 zware bidbanken werden gemaakt en geplaatst door den dorpstimmerman Gustaaf Blomme. Burgemeester Gardin plantte jonge bomen rondom.

Een tiental vaandels werden bij de processie op de muren vastgemaakt en 3 grote met lange ijzeren buizen boven op de grot.

Vele jaren werd er telkens in de meimaand ieder avond na het lof in de kerk in bedevaart naar de grot gegaan om er een paternoster te bidden. Rond de jaren 75 – 80 is dit verminderd naar de zondag alleen.

In de loop de jaren kwamen ook veel mensen van buiten ons dorp hier bidden om verhoord te worden wat ook wijst op de vele kaarsjes die daar aangestoken werden en de vele dankbetuigingplaatjes die daar werden aangebracht om een bekomen genezing of gunst.

E.H. De Baker plaatste ook een mooi O.L.Vr beeld op het altaar in de grot die in de laatste jaren niet meer te zien is.

Ook in de kerk was er een zeer mooi en groot O.L.Vr beeld door toedoen van M. De Baker. Die is jammer genoeg ten tijde van Pastoor De Pourq van haar troon op het zijaltaar naar beneden gevallen in 100 stuks. ’t Is jammer. ’t Was een prachtbeeld.”


Tot hier de “volkse” versie van het verhaal …

Verder staat nog te lezen in het “Liber Memorialis”


“2 mei: (woensdag)

In de vroegen morgend, eerste bedevaart naar de Grot, van 70 leden van de Dochters-Congregatie van Uytkerke, opgeleid door Eerw. Heer pastor Maur. Lefèvre, die ene plechtige mis zong ter eere van O.L.Vrouw. – De Congreganisten deden godsdienstige oefeningen bij de grot en offerden eene keers.

Met den Meimaand, wierd elken avond, na het Lof, luidop bij de grot het Avondgebed en de Litanie van O.L.Vrouw gelezen, en een lied ter harer eer gezongen. – (Dit gebruik wierd, na de Meimaand, voort onderhouden zoolang weder en luchtgesteltenis het toeliet).”



(terug naar ‘Feiten en verhalen’)